Wie zijn de mensen die binnen CIRCUROAD samenwerken aan dé weg naar fossielvrij asfalt? Wat gaat goed, wat zijn uitdagingen en hoe bevalt het om samen te werken met de hele keten? We vragen het aan Robbert Naus, Manager Productontwikkeling bij wegenbouwer Dura Vermeer. “Ik pleit ervoor dat opdrachtgevers duidelijk maken dat ze succesvol gevalideerde biobased bindmiddelen vanaf 2030 ook echt uit gaan vragen. Al leggen wegbeheerders nu maar vast dat ze biobased asfalt in 5% van de projecten toe gaan passen, dat zou de markt al perspectief bieden.”
Dura Vermeer gaat voor Net Zero in 2050
“Eigenlijk vinden we biobased bindmiddelen al heel lang interessant”, vertelt Robbert. “Al sinds 2014 werken we eraan. Dit is ook in lijn met onze Net Zero duurzaamheidsdoelstellingen: in 2030 willen we onze CO₂-uitstoot halveren en in 2050 moet de uitstoot naar nul. Binnen de CIRCUROAD ketensamenwerking doen we op alle fronten mee. De kennis die wij van asfalt hebben is onmisbaar, we dragen bij aan de labonderzoeken en mengen het asfalt voor de biobased proefvakken. Daarnaast stemmen we af met opdrachtgevers met wie we vaak langjarig samenwerken. Kortom: we praten mee, denken mee en doen mee.”
Kwaliteit en beschikbaarheid fossiel bitumen onder druk
Ook grondstoffenzekerheid en -kwaliteit zijn voor Dura Vermeer belangrijke argumenten om deel te nemen aan CIRCUROAD: “Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van fossiel bitumen staan al langere tijd onder druk. Als raffinaderijen moderniseren, optimaliseren ze het kraakproces. Daardoor komt er steeds minder bitumen en het bitumen wat er is, is van minder constante kwaliteit. Je weet steeds minder wat je krijgt. E zijn ook raffinaderijen die helemaal stoppen met bitumenproductie. Om toch kwalitatief goede wegen te kunnen blijven aanleggen, is het dus ook vanuit dit perspectief belangrijk om werk te maken van biobased bindmiddelen.”
En dat is wat de CIRCUROAD ketensamenwerking doet: de ontwikkeling, validatie en grootschalige uitrol van biobased bindmiddelen voor biobased, circulair asfalt.
Generiek product voor collectief belang vraagt om samenwerking
Waarom kiest Dura Vermeer ervoor om samen te werken? Daar is Robbert duidelijk over: “Als je de enige bent, dan wordt het in de wegenbouw moeilijk. Je hebt daar namelijk de vrij unieke situatie dat je nagenoeg alleen maar te maken hebt met publieke opdrachtgevers die publieke belangen dienen. Dat betekent een markt met openbare aanbestedingen waarbij je moet voldoen aan algemene normen en specificaties. Opdrachtgevers mogen niet naar iets specifieks vragen wat slechts één aanbieder kan leveren. Bovendien weet je in de wegenbouwsector toch van elkaar dat je bezig bent of gaat met biobased bindmiddelen. Dan heeft het niet zoveel zin om het ieder voor zich te doen. Dit gaat om een generiek product voor een collectief belang met een relatief lange ontwikkeltijd en bijbehorend risico. Dan is het logischer om het samen te ontwikkelen. Dat vergroot ook de kans op acceptatie door de markt.”
CIRCUROAD ketensamenwerking faciliteert innovatie
Dat klinkt alsof innovatie in deze sector bijna niet tot stand kan komen als partijen niet samenwerken. Robbert beaamt dit. “Je kunt misschien met een beperkt aantal partijen een goed biobased bindmiddel ontwikkelen, maar dan duurt het heel lang voordat je dat in de markt geaccepteerd krijgt. Je hebt opdrachtgevers nodig en die zitten bij CIRCUROAD al vanaf het begin aan tafel. Het helpt ook dat het onafhankelijke asfaltkwaliteitsloket en het Innovatietestcentrum de CIRCUROAD-werkwijze hebben geaccepteerd. Door samen te werken, heb je bovendien een grotere stem en dus meer invloed.”
Een van de meest geslaagde samenwerkingen
Binnen CIRCUROAD zitten concurrenten aan tafel die samen werken aan het asfalt van de toekomst. Hoe werkt dat in de praktijk? Robbert is positief: “Ik vind CIRCUROAD een van de meest geslaagde samenwerkingsprojecten van de afgelopen jaren. Dat komt doordat vanaf het begin opdrachtgevers, opdrachtnemers en leveranciers betrokken zijn. En het werkt ook nog eens heel goed. Je kunt die drie partijen wel aan een tafel zetten, maar dan moet het ook nog werken. En dat doet het. Er is een fijne sfeer, het klikt goed met elkaar. Dat is niet het belangrijkste, maar het maakt samenwerken wel een stuk makkelijker. Er is geen haat, nijd of tegenwerking. Wat natuurlijk ook positief bijdraagt is het gedegen onderzoekstraject, de verdeling in concrete werkpakketten en een duidelijke planning. Van literatuuronderzoek tot marktacceptatie. Het zou wat mij betreft nog wel wat sneller mogen gaan, maar het is in elk geval helder wat het plan is en hoe en wanneer we dat gaan realiseren.”
Provincies committeren zich aan duurzaam asfalt
Een belangrijke stap richting marktacceptatie is de PVOV Gedragen Basis Duurzaam Asfalt die het Provinciaal Vakgenoten Overleg Verhardingen (PVOV) eind december 2025 publiceerde. Het is een minimale, maar bindende basis waar alle provincies zich aan committeren. In het document staan afspraken over vier thema’s die voor de provincies bepalend zijn voor de verduurzaming van asfalt. Het eerste thema is ‘biobased bindmiddelen’ en de afspraak luidt: toepassing conform het ingroeimodel uit CIRCUROAD. “Ja, ik ben heel blij met dat stuk”, reageert Robbert. “Eigenlijk met alles wat erin staat. Het helpt mij om intern draagvlak te creëren om ons te blijven committeren aan de ontwikkeling van biobased bindmiddelen via CIRCUROAD.”
Toezeggingen ontbreken: geef perspectief over afzet in tonnen
Hoewel Robbert enthousiast is dat de provincies zich committeren, mist hij een cruciaal punt: “Geef opdrachtnemers perspectief over de afzet in tonnen. Dat geldt niet alleen voor provincies, maar ook voor gemeentes en het Rijk.” Dit gaat over het Transition Commitment Level (TCL) en het Technology Readiness Level (TRL) die gelijk op moeten gaan om daadwerkelijk duurzame impact te kunnen maken. Wat is het maatschappelijke belang, wie investeert wat, wie accepteert welke risico’s, hoe kunnen we innovatie samen versnellen op een manier die alle belangen dient?
Robbert: “De intentie van opdrachtgevers is helder, nu is het tijd om dit te concretiseren. Vooral ook in het belang van bitumenleveranciers. Je vraagt als sector aan deze MKB-bedrijven om tijd, geld en energie te investeren in iets wat pas over 5 jaar op de markt komt, mits de validatie succesvol is. Wat ik graag zou willen, is dat opdrachtgevers nu zeggen: ‘Als je in 2030 30% biobased middelen kunt leveren op TRL9, met dezelfde kwaliteit en levensduur als fossiel bitumen, dan ga ik het in X procent van de uitvragen opnemen, ook als het iets duurder is dan fossiel bitumen’. Dat geeft bedrijven het vertrouwen om risico te blijven nemen en te investeren. En het biedt perspectief op een business case, inclusief fabrieken die nodig zijn om biobased bindmiddelen grootschalig te kunnen produceren.”
Inkopen op enkel de laagste prijs en het volledig willen uitsluiten van risico’s past niet bij een transitie naar duurzaamheid. Alle partijen zullen hun werkwijze tegen het licht moet houden en stappen naar voren moeten zetten. Robbert: “Als je als overheid iets wil, moet je op een gegeven moment ook producten uitsluiten. Een nieuwe standaard vaststellen. Dan heb je ook niks meer met de kosten, kwaliteit of beschikbaarheid van fossiel bitumen te maken. Durf iets meer om innovatie te versnellen. Als we dit met zijn allen willen, dan moeten we bereid zijn om iets meer risico te nemen, waarbij het belang van gedegen onderzoek buiten kijf staat.”
Trots op samenwerking met Provincie Utrecht
Gelukkig zijn er steeds meer wegbeheerders die dit begrijpen en bereid zijn om samen te kijken hoe opdrachtgevers en opdrachtnemers samen duurzame stappen kunnen zetten. Robbert: “Op de N210 bij IJsselstein legden we afgelopen najaar drie CIRCUROAD proefvakken met biobased asfalt aan en ik ben er trots op hoe we dat samen met de Provincie Utrecht hebben gedaan. Het is natuurlijk makkelijk dat Dura Vermeer en Provincie Utrecht allebei CIRCUROAD-deelnemer zijn. Ik vond het positief om te merken dat duurzaamheid bij de provincie niet alleen top down wordt opgelegd, maar zeker ook bottom up wordt uitgedragen. Wat ik verder erg prettig vond, was het open gesprek over risico’s en garantie. Vaak schuiven opdrachtgevers dit meteen naar de aannemer, maar dat brengt de transitie naar duurzaamheid niet verder. Als je met enig tempo wil innoveren naar duurzaamheid, moet je samen een aanvaardbaar risico accepteren. Dat hoort erbij, anders sta je stil. Door op basis van vertrouwen open in gesprek te gaan, konden we in Utrecht biobased proefvakken aanleggen op een manier die voor alle partijen werkt en die fossielvrije wegen een stap dichterbij brengt.”
Over CIRCUROAD
In het programma CIRCUROAD werken bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen aan circulair, biobased asfalt. We vervangen bitumen, het fossiele bindmiddel in asfalt, door een bindmiddel op basis van biobased- en circulaire grondstoffen zoals restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en de landbouw. Het consortium, met Rijkswaterstaat als host, identificeert de meest kansrijke oplossingen, zorgt voor een grondige validatie, beheerst samen de risico’s en stimuleert de marktintroductie van fossielvrij asfalt. Zo verlagen we de CO₂-uitstoot en minimaliseren we de afhankelijkheid van fossiele bronnen.