In november 2025 legde KWS CIRCUROAD proefvakken met biobased asfalt aan in de provincie Drenthe. Volgens het onafhankelijke CIRCUROAD validatieplan vond vandaag het eerste monitoringsmoment plaats met het nemen van boorkernen. Binnenkort volgt een visuele inspectie door KOAC. Deze monitoring vormt een belangrijke mijlpaal van de CIRCUROAD ketensamenwerking: overheden, bedrijven en kennisinstellingen werken samen aan de ontwikkeling, validatie en grootschalige toepassing van fossielvrij asfalt.
Zebravakken
Op de N375 bij Meppel liggen proefvakken van het type SMA 8B met 30% hergebruikt asfaltgranulaat. In dit asfalt is 30% van het fossiele bitumen vervangen door biobased bindmiddelen op basis van hernieuwbare reststromen, ontwikkeld door ESHA, Latexfalt en BituNed. De bindmiddelen zijn vooraf grondig in laboratoria getest door deze leveranciers en een bredere groep aannemers, waaronder KWS, Boskalis, AsfaltNu, BAM, Heijmans en Dura Vermeer.
Omdat het uiteindelijke doel grootschalige toepassing is, zet CIRCUROAD zwaar in op monitoring en validatie. CIRCUROAD werkt daarbij met ‘zebravakken’: per biobased bindmiddel 300 meter proefvak, gevolgd door 300 meter referentieasfalt. In totaal ontstaat zo een aaneengesloten traject van 1.200 meter, waarin we prestaties onder identieke verkeers- en omgevingscondities kunnen vergelijken.
Vijf jaar meten, vergelijken en valideren
De monitoring vindt plaats na 6 maanden, 2 jaar en 5 jaar op aspecten als slijtage, stroefheid, rafeling, scheurvorming en vermoeiingsgedrag. Dat gebeurt niet alleen met bestaande meetmethoden, maar ook door nieuwe testprotocollen te ontwikkelen, samen met onder meer het Asfalt Kwaliteitsloket en het Innovatie Test Center van Rijkswaterstaat. Zo krijgen we een goede indruk van de verwachte levensduur.
Per monitoringsmoment 36 boorkernen
Met een visuele inspectie leggen we vetslaan (bindmiddel dat naar het wegoppervlak stroomt), rafeling (steenverlies aan het wegoppervlak) en eventueel andere vormen van zichtbare schade vast. Met monitoringsonderzoek op boorkernen volgen we het verloop van de mastiekkwaliteit; specifiek de weerstand tegen rafeling. In elk zebravak nemen we negen boorkernen, in totaal gaat dit bij elk monitoringsmoment om 36 boorkernen. Met mechanische DSR-proeven onderzoeken we het gedrag van mastiek om de gevolgen van veroudering inzichtelijk te maken. Deze metingen ondersteunen me met pen-metingen op teruggewonnen bindmiddel. Tot slot verklaren we met FTIR metingen mogelijke veroudering vanuit een chemisch perspectief. De resultaten verwachten we begin september,
Duurzaamheid
Naast monitoring van de verwachte levensduur speelt duurzaamheid in bredere zin een belangrijke rol. Met levenscyclusanalyses (LCA), CO2-berekeningen en milieukostenindicatoren (MKI) krijgen we inzicht in de milieu-impact. Universiteiten zoals TU Delft en de Universiteit Utrecht leveren hierbij fundamentele kennis. Ook emissies en geur krijgen aandacht, onder meer via extra metingen in zowel het laboratorium als bij de aanleg van proefvakken.
Stap voor stap richting nieuwe norm
Jaarlijks wordt in Nederland circa 6,5 miljoen ton asfalt geproduceerd, met een ketenuitstoot van ongeveer 565.000 ton CO2. Het fossiele bindmiddel is daarin verantwoordelijk voor het grootste deel van de emissies. De opgave en de verwachte impact zijn dus groot. Dit monitoringsmoment is een mijlpaal. Door stap voor stap te testen, te meten en te delen, werken overheden, bedrijven en kennisinstellingen toe naar een situatie waarin fossielvrij asfalt niet langer een innovatie is, maar de nieuwe norm.